Forganiser
← Alle artikels

Deeltijdse contracten 2026: van 1/3-regel naar 1/10-regel

Sinds 1 juni 2026 mag je deeltijdse contracten sluiten die veel kleiner zijn dan vroeger. De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen verlaagt de minimale wekelijkse arbeidsduur van deeltijdse werknemers van 1/3de naar 1/10de van een voltijdse betrekking. Voor wie werkt met korte shifts — een poetsronde van twee uur, een piekmoment aan de kassa, een weekendhulp in een woonzorgcentrum — verandert dat het speelveld.

Maar let op: één regel wijzigt, drie andere blijven staan. En net daar gaan werkgevers in de fout.

Wat er precies verandert

Tot 31 mei 2026 gold artikel 11bis van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978: de wekelijkse arbeidsduur van een deeltijdse werknemer mocht niet lager liggen dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse collega in dezelfde categorie. Sinds 1 juni 2026 is die ondergrens verlaagd naar een tiende.

In cijfers, bij een voltijds regime van 38 uur per week:

  • Oude ondergrens (1/3): 12 uur 40 minuten per week
  • Nieuwe ondergrens (1/10): 3 uur 48 minuten per week

Bij een sectoraal voltijds regime van 37 uur — zoals in de schoonmaak — zakt de ondergrens van ongeveer 12 uur 20 naar 3 uur 42 per week.

De mogelijkheid om via koninklijk besluit af te wijken van die grens voor bepaalde bedrijfstakken of categorieën van werknemers blijft bestaan. Omgekeerd kan je sector via cao een hogere minimumgrens behouden. Controleer dus altijd eerst je paritair comité voor je een contract van vier uur per week opstelt. Meer achtergrond vind je bij de FOD Werkgelegenheid.

De 3-urenregel blijft wél overeind

Dit is de meest gemaakte denkfout van de voorbije maanden. De verlaging naar 1/10de gaat over de wekelijkse arbeidsduur in het contract. Ze zegt niets over de duur van één enkele prestatie.

Artikel 21 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 blijft ongewijzigd: elke arbeidsprestatie duurt in principe minstens 3 uur. Een prestatie is een doorlopende arbeidsperiode die eventueel onderbroken wordt door een gewone pauze (koffie, maaltijd). Wie van 8 tot 11 uur werkt en opnieuw van 15 tot 19 uur, presteert twee periodes die elk aan de regel voldoen.

Concreet betekent dat: een contract van 4 uur per week kan, maar je plant die 4 uur bij voorkeur in één blok — niet als vier losse prestaties van een uur.

Tenzij je sector een afwijking kent. Die afwijkingen bestaan wel degelijk, via het KB van 18 juni 1990 of via sectorale cao's. In de klassieke schoonmaak (PC 121) geldt bijvoorbeeld al langer een afwijkende regeling waarbij een kortere prestatie per werf mogelijk is, op voorwaarde dat de werven direct op elkaar aansluiten en de verplaatsingstijd ertussen als arbeidstijd telt. Zo'n regeling is sectorspecifiek en strikt omkaderd — kopieer ze niet zomaar naar een ander paritair comité.

Wat dit betekent per sector

Retail. Korte piekcontracten voor zaterdagvoormiddag of het avondkoopmoment worden juridisch eenvoudiger. Een vaste weekendkracht met 5 uur per week hoeft nu geen kunstgreep meer te zijn. Zie ook onze sectorpagina retail.

Schoonmaak en dienstverlening aan gebouwen. Hier zat de spanning het hoogst: veel poetsrondes duren twee tot drie uur en klanten willen ze buiten hun kantooruren. De nieuwe ondergrens geeft meer ruimte, maar de combinatie met de 3-urenregel en de sectorale afspraken blijft het echte planningsvraagstuk. Lees hoe je dat aanpakt op /cleaning.

Zorg en welzijn. Kleine contracten voor weekendondersteuning of nachtpermanentie worden makkelijker te formaliseren. De regels rond bekendmaking van variabele deeltijdse roosters blijven onverkort gelden — daarover schreven we eerder variabele deeltijdse uurroosters bekendmaken in de zorg.

Horeca. Naast flexijobs en extra's krijg je een extra instrument: een klein maar vast deeltijds contract voor wie elke vrijdagavond meedraait. Dat geeft meer voorspelbaarheid dan telkens opnieuw een dagcontract.

Vier verplichtingen die níet wijzigen

  1. Schriftelijk contract, ten laatste bij de start. Elke deeltijdse arbeidsovereenkomst moet schriftelijk zijn, uiterlijk op het ogenblik dat de werknemer begint. Ze vermeldt de overeengekomen arbeidsregeling (het aantal uren per week) én het werkrooster (welke dagen, welke uren, welke pauzes).
  2. Bekendmaking van variabele roosters. Werk je met variabele deeltijdse uurroosters, dan maak je het individuele rooster in principe minstens zeven werkdagen vooraf bekend. Een sectorale cao kan die termijn inkorten, maar niet onder drie werkdagen. In je arbeidsreglement moet staan hoe en wanneer je bekendmaakt.
  3. Afwijkingen registreren. Wijkt de werkelijke prestatie af van het bekendgemaakte rooster, dan moet die afwijking bijgehouden worden. Zonder correcte registratie riskeer je een weerlegbaar vermoeden van voltijdse tewerkstelling — met alle gevolgen voor de RSZ-afrekening.
  4. Dimona blijft Dimona. Kleiner contract betekent niet minder administratie. Elke aanwerving blijft een aangifte.

Daarnaast versoepelt dezelfde wet de vermelding van uurroosters in het arbeidsreglement: je kan voortaan een kader van de gewone arbeidstijd vastleggen dat de tijdvakken afbakent waarbinnen in je onderneming gewerkt wordt. Voltijdse en vaste deeltijdse roosters die binnen dat kader vallen, hoef je dan niet meer stuk voor stuk apart op te nemen. Dat scheelt een hoop wijzigingsprocedures, maar het ontslaat je niet van de plicht om werknemers tijdig hun concrete rooster te bezorgen.

Voor je kleiner gaat werken: drie afwegingen

  • Check je paritair comité. Sectorale cao's kunnen een hogere ondergrens of afwijkende prestatieduur voorzien. Wat wettelijk mag, mag daarom nog niet in jouw sector.
  • Denk aan de werknemerskant. Zeer kleine contracten hebben gevolgen voor het inkomen en de socialezekerheidsopbouw van je medewerkers. Wie op zoek is naar meer uren, heeft bovendien voorrang bij vacante uren in dezelfde functie. Een goed gesprek vooraf voorkomt verloop.
  • Reken de reële kost door. Vier korte prestaties kosten meer coördinatie, briefing en verplaatsing dan één blok van twaalf uur. Kleine contracten zijn flexibel, niet automatisch goedkoop.

Van regel naar rooster

Het lastige aan deze hervorming is niet de regel zelf, maar de combinatie: een contractuele weekduur, een minimumduur per prestatie, een bekendmakingstermijn en een sectorale uitzondering — allemaal tegelijk, voor tientallen medewerkers.

Dat is exact waar software het verschil maakt. In Forganiser leg je per medewerker de contractuele weekduur vast en zie je meteen of een ingeplande shift binnen de regels valt. Contractgegevens, roosters en gepresteerde uren zitten in hetzelfde dossier, zodat de personeelsadministratie en de Dimona-aangiften automatisch mee evolueren met je planning. Voor kortlopende en variabele tewerkstelling vind je meer uitleg op flexibele arbeid.

Wil je weten wat je concreet mag aanpassen aan een bestaand rooster? Lees dan ook uurrooster wijzigen: wat zegt de Belgische wet?.

Kort samengevat: de ondergrens voor deeltijdse contracten zakte op 1 juni 2026 van een derde naar een tiende van een voltijdse job. De 3-urenregel per prestatie, de schriftelijke contractvereiste en de bekendmakingstermijnen blijven. Wie beide correct combineert, wint echte flexibiliteit. Wie er één vergeet, betaalt bij de eerste inspectie het verschil.