Forganiser
← Alle artikels

Dimona vergeten of te laat: sancties en herstel in 2026

Een invaller die om 17u belt dat hij toch kan komen. Een extra die onverwacht een derde dag doorwerkt. Een magazijnmedewerker die een halve dag vroeger start dan gepland. Stuk voor stuk situaties waarin de Dimona-aangifte er in de drukte bij inschiet — en net daar kijkt de sociale inspectie het scherpst.

De prijs van zo'n vergetelheid is geen symbolische tik op de vingers. In 2026 loopt de forfaitaire solidariteitsbijdrage op tot 3.674,09 euro per niet-aangegeven werknemer, en daar komen nog strafrechtelijke of administratieve sancties bovenop. Tijd om de regels en de herstelmogelijkheden op een rij te zetten.

De basisregel: vóór de start, niet erna

De Dimona (onmiddellijke aangifte van tewerkstelling) meldt elke indiensttreding en uitdiensttreding aan de RSZ. Twee deadlines tellen:

  • Dimona IN: ten laatste vóór de werknemer begint te werken. Niet bij de eerste koffiepauze, niet aan het einde van de shift. Vóór het eerste gepresteerde uur.
  • Dimona OUT: ten laatste op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop de juridische of contractuele band eindigt.

De aangifteplicht geldt voor zo goed als alle werknemers uit de privésector, ook voor wie niet aan de klassieke RSZ-bijdragen onderworpen is. Enkele uitzonderingen zijn bepaalde stagiairs, mensen met een PWA-arbeidsovereenkomst en vrijwilligers. Meer detail vind je bij de RSZ-instructies over Dimona.

Niet elke Dimona is dezelfde

Het werknemertype bepaalt de spelregels:

  • OTH — de gewone werknemer. Bij een contract van bepaalde duur mag je de einddatum meteen meegeven.
  • STU — de student. Je geeft ook het aantal uren per kwartaal op. Zonder correcte STU-aangifte val je terug op de gewone bijdragen in plaats van de solidariteitsbijdrage voor studentenarbeid.
  • FLX — de flexi-jobwerknemer. De aangifte wordt getoetst aan de prestaties in kwartaal T-3. Enkel een tijdige aangifte met respons 'OK' laat toe om de persoon in de DmfA als flexi-jobber aan te geven. IN én OUT moeten binnen hetzelfde kwartaal vallen, dus sluit nooit kwartaaloverschrijdende flexi-contracten af.
  • EXT — de gelegenheidswerknemer, met dag- en uuraangifte. In de horeca (PC 302) geldt dit voor contracten van maximaal twee opeenvolgende dagen bij dezelfde werkgever.

Wat kost een vergeten Dimona echt?

1. De solidariteitsbijdrage. Stelt de inspectie vast dat je geen Dimona deed voor een werknemer die in de DmfA hoort, dan legt de RSZ een forfaitaire solidariteitsbijdrage op. Die is gelijk aan driemaal de basisbijdragen op het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen, met een geïndexeerd minimum van oorspronkelijk 2.500 euro. Voor 2026 komt dat forfait neer op 3.674,09 euro per werknemer. Het bedrag wordt aangerekend op het kwartaal waarin de vaststelling gebeurde en per aangetekende brief meegedeeld.

2. Strafrechtelijke of administratieve sancties. Het ontbreken van een Dimona-aangifte is in het Sociaal Strafwetboek een inbreuk van niveau 4 — het zwaarste niveau, met een geldboete die wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. Vier niet-aangegeven poetsmedewerkers op één werf zijn dus vier keer de boete.

3. Nieuw sinds 2026: verlies van RSZ-kortingen. De programmawet die eind mei 2026 in de Kamer werd goedgekeurd, voegt artikel 107/1/1 toe aan het Sociaal Strafwetboek: verlies van het voordeel van bijdrageverminderingen. Bij opzettelijke inbreuken — bewust geen of foutieve Dimona, valse verklaringen, bedrieglijke constructies — kan de rechter beslissen dat je tijdelijk het recht op een reeks RSZ-bijdrageverminderingen verliest. Voor een bedrijf dat steunt op doelgroepverminderingen kan die bijkomende straf zwaarder wegen dan de boete zelf.

4. Het verlies van je gunstregime. Dit is de stille kostenpost. Geen tijdige 'OK' op een FLX-aangifte betekent gewone werkgeversbijdragen op dat loon in plaats van de flexi-bijdrage. Geen correcte STU-aangifte met uren betekent gewone bijdragen op studentenwerk. Een extra in de horeca die een derde dag doorwerkt, verliest het dagforfait voor de volledige periode.

De vijf momenten waarop het in de praktijk fout loopt

  • De last-minute invaller. Iemand springt in na een ziekmelding en start binnen het half uur. De aangifte volgt pas de dag erna — te laat.
  • De extra die blijft plakken. Een gelegenheidswerknemer in de horeca werkt een derde opeenvolgende dag. Dan moet je de oorspronkelijke EXT-aangiftes annuleren en één OTH-aangifte doen vanaf de eerste werkdag. Vergeet je dat, dan klopt je hele kwartaalaangifte niet.
  • Het kwartaaloverschrijdende flexi-contract. Een flexi-job die loopt van 25 maart tot 10 april hoort opgesplitst te worden. Gebeurt dat niet, dan sneuvelt het statuut.
  • De vervroegde start. Ligt de werkelijke begindatum vroeger dan de aangegeven datum, dan moet je dat melden volgens de regels van de Dimona IN — dus vóór die werkelijke start. In de praktijk betekent dit: niet meer recht te zetten achteraf.
  • De studentenuren die niet kloppen. Werkte de student meer of minder uren dan aangegeven, dan heb je tot het einde van de maand volgend op het kwartaal om de aangifte bij te sturen.

Te laat? Dit doe je nu

  1. Dien de aangifte alsnog in, onmiddellijk. Een laattijdige Dimona is nog altijd beter dan geen Dimona: ze toont goede trouw en beperkt het risico op de zwaarste kwalificatie, waarbij opzet een rol speelt.
  2. Corrigeer in de juiste volgorde. Een latere werkelijke einddatum meld je volgens de OUT-regels. Een volledige annulatie schrapt de IN, de OUT en de UPDATE samen.
  3. Documenteer de oorzaak. Werd de bijdrage opgelegd en kan je aantonen dat de werknemer zich in de materiële onmogelijkheid bevond om te werken tijdens een deel van de periode, dan kan het bedrag verminderd worden.
  4. Stem af met je sociaal secretariaat vóór je zelf begint te annuleren. Een foute correctie creëert soms een tweede inbreuk.
  5. Leg vast hoe het voortaan loopt. Eén duidelijke verantwoordelijke per vestiging en een vast moment in het aanwervingsproces halen de meeste fouten eruit.

Voorkomen: koppel je planning aan je aangifte

De kern van het probleem is bijna nooit onwil. Het is een informatiekloof: de planning leeft bij de shiftverantwoordelijke, de Dimona bij de administratie. Hoe groter die kloof, hoe meer last-minute wijzigingen onaangegeven blijven.

Daarom vertrekt een sluitende Dimona-praktijk bij de personeelsplanning zelf. Wie een shift toewijst in het rooster, genereert meteen de bijbehorende aangifte — met het juiste werknemertype, de juiste uren en een zichtbare respons. In horeca en logistiek, waar invallers en uitzendkrachten dagelijks wisselen, scheelt dat tientallen manuele handelingen per week. Forganiser koppelt planning, contractbeheer en Dimona daarom in één flow, zodat een wijziging in het rooster nooit zonder aangifte blijft.

Werk je veel met flexi-jobbers, extra's of studenten? Lees dan ook hoe je flexijobs correct beheert en hoe je het 50-dagencontingent in de horeca slim inplant. Een correcte Dimona begint namelijk bij een correct flexibel arbeidsbeleid — niet bij het formulier.